"Poo poo"

30 april 2025 - Java, Indonesië

Vol trots wijst de man naar een grote poster waarop verschillende mensen staan met de tulas gureng uit zijn kraampje. Er boven staat geschreven: "our's Western customer". Terwijl hij wijst naar de bolletjes die hij verkoopt, vertelt hij dat Westerse mensen het heel lekker vinden en dat je er niet ziek van wordt. Dat klinkt goed, dus we bestellen twee bolletjes. We zijn in de Chinese wijk van Jakarta en terwijl we de bolletjes eten, kijkt de man ons verwachtingsvol aan. "Lekker?" We knikken. Vervolgens duwt de man ons een verpakking van de bolletjes in onze handen en zet ons op de foto. "Voor de nieuwe poster".

Dat we populaire fotomodellen zijn blijkt opnieuw als we in Yogyakarta aankomen. Een jongen duwt zijn telefoon in ons gezicht met daarop Google translate. Of we met hem en zijn vrienden op de foto willen. Met strenge hand duwt hij mij vervolgens op de plek waar ik moet gaan staan voor de foto. Terwijl de foto nog niet eens gemaakt is, vormt er zich een rij. Een groep meisjes wil ook op de foto. Als ik braaf een peace-teken maak, net als de meisjes, begin ik me langzaam een echte ster te voelen. Later zullen we nog veel vaker op de foto gaan. Mannen, vrouwen, kinderen, mensen zonder tanden, van alles komt voorbij. Volgens één van de gidsen vinden ze het leuk om de foto's aan familie en vrienden te laten zien om zo te laten zien dat ze Amerikaanse mensen kennen. Want alle toeristen zijn blijkbaar Amerikanen...

In de avond gaan we uiteten. Terwijl de kippenkop en de kippeningewanden liggen te grillen op de barbecue van een straatverkoper, drink ik van mijn koffie. Ik lust geen koffie, maar dit is koffie waar brandende kooltjes in zijn gegooid. Dat leek me dan wel weer lekker. Deze straattentjes worden squaters genoemd, dit omdat er meestal geen tafels en stoelen zijn en je gehurkt moet eten. Ik denk zelf dat de term mogelijk doelt op het risico om de volgende dag squattend boven de wc te staan. De kippenkop smaakt boven verwachting goed en de kleine hersentjes zijn een echte delicatesse.

Achter het paleis van de sultan in Yogyakarta worden in de avond spelletjes gespeeld. Eén van de spelletjes is dat je geblinddoekt een rechte lijn moet lopen en dat je vervolgens precies tussen twee bomen uitkomt. Als je dat lukt heb je een puur hart. Ik wil dat wel proberen, hoe moeilijk kan het immers zijn? Ik beland uiteindelijk ergens in de berm, tientallen meters van de bomen verwijderd. Dat pure hart laat dus nog even op zich wachten

In Indonesië schijn je je rijbewijs te kunnen kopen. Je kunt gewoon examen doen, net als bij ons. Dat is het goedkoopste. Maar als je het examen dan niet haalt, dan kun je naar het politiebureau gaan en een rijbewijs kopen voor omgerekend ongeveer 35 euro. Dat is minder dat één rijles in Nederland. Dat je je rijbewijs kunt kopen zie je terug in het verkeer. Er gaat veel nét goed, maar ook veel fout. We zien dagelijks ongelukken.

Als de zon onder is, gaan we langs bij een kat die "poo poo" koffie maakt, zoals de vrouw van het restaurant het zelf omschrijft. De kat doet een "poo poo" en vervolgens wordt er van de "poo poo" koffie gemaakt. Overigens niet door katten in kooitjes. Na de kooltjeskoffie dacht ik dat het niet beter kon, maar blijkbaar wel. Voorzichtig neem ik een slok "poo poo koffie". Ik proef eigenlijk geen verschil met gewone koffie. Voor mij smaakt alle koffie naar poo poo. Terwijl ik een vies gezicht trek, komt de mevrouw van het restaurant aangerend. "Something wrong with the poo poo coffee?" Ik schud mijn hoofd: het smaakt juist precies naar poo poo...

We gaan met de trein van Yogyakarta naar Surabaya. Voor ons in de trein zit een Nederlands boomer stel. De man begint meteen met de gevreesde openingszin: "Oh, ook Nederlands?" Ik knik braaf. De vrouw begint te vertellen dat ze nooit zo ver van huis zijn geweest en dat alles zo anders is en dat het zo leuk is om hier Nederlanders tegen te komen. Ze begint in haar tas te graaien en haalt even later een zak drop tevoorschijn. Driftig zwaait ze de zak voor mijn neus. "Uit Nederland, om het zout aan te vullen". Of we ook gezellig een dropje willen?

In het drukke Surabaya staan we te wachten bij een zebrapad tot het stoplicht groen wordt en we over kunnen steken. Terwijl de stroom scooters en auto's al meer dan vijf minuten aanhoudt zonder dat het ooit groen wordt, begin ik me af te vragen of dit wel klopt. Dit is namelijk niet de eerste keer dat het stoplicht niet groen wordt. Als we de boel eens goed gaan inspecteren blijkt dat iets verderop een paal met een soort knopje staat. Terwijl we er op drukken springt het stoplicht gelijk op groen en begint de verkeersstroom tot stilstand te komen...

Om twaalf uur in de nacht staan we op om de zonsondergang te zien bij de Bromo vulkaan. Hoe vroeg komt de zon dan op? Nou, rond half zes, maar we moeten eerst nog drie uren met de auto en dan nog met de jeep omhoog. Vervolgens lopen we omhoog om ook een blik in de krater te werpen. Het blijft niet alleen bij kijken, want je kunt de vulkaan ook ruiken en horen. Het ruikt ongeveer hetzelfde als poo poo koffie...

Of we misschien krokodillen willen vangen met onze benen? Krokodillen zijn gek op "international meat". We zijn inmiddels aangekomen op Kalimantan. We gaan vijf dagen met een bootje door de jungle varen op zoek naar onder meer orang-oetans (hoe oud waren jullie eigenlijk toen je ontdekte dat het geen orang-oetanGs zijn?). We slapen, varen en eten op de boot en we hebben een kapitein, matroos, kok en gids mee. 

Als we de jungle ingaan, gaat er ook nog een ranger mee. De ranger is uitgerust met een groot kapmes en een stok, dus ik verwacht er veel van. Als we een half uur door de jungle lopen, slaakt de ranger een gilletje en springt naar achteren. Voor ons op het pad ligt een cobra die snel zijn hol inkruipt. De ranger begint vervolgens driftig in het hol te poeren met zijn stok, maar de cobra komt niet meer naar buiten. Als we verder lopen springt de ranger opnieuw op en slaakt hetzelfde gilletje, vervolgens begint hij te rennen. Ik zie geen cobra maar voor de zekerheid begin ik ook te rennen. "Wat zag je"? vraag ik als we na vijf minuten rennen weer tot stilstand komen. "Mieren" antwoordt de ranger.

De ranger vraagt hoe ik heet. "Linda", antwoord ik. De ranger begint te lachen. Zo heet ook zijn favoriete orang-oetan. Linda heeft inmiddels twee kinderen, vertelt de ranger en ze is heel mooi. Voor een orang-oetan dan, voegt hij er aan toe.

Na vijf dagen keren we terug naar de bewoonde wereld. Met een busje worden we naar het vliegveld gereden. Al schokkend rijdt de chauffeur door het verkeer. Als hij de auto twee keer heeft laten afslaan en een keer in de verkeerde versnelling heeft gezet, mompelt hij "sorry sorry"."Geen probleem", zeg ik en ik kijk hem meelevend aan: "rijbewijs moeten kopen, zeker?"

Foto’s

1 Reactie

  1. Gepke van der Brug:
    30 april 2025
    Leuk dat je weer schrijft. Mooi verhaal.